ACSI FreeLife

Menu

4 redenen voor een bezoek aan de Costa de la Luz

De Andalusische kust in Spanje wordt ook wel de Kust van het Licht genoemd. Alleen die naam al doet onze ogen oplichten in deze donkere, koude dagen.

Auteur
MPS
Datum
ReactiesReageer

De Costa de la Luz loopt van het bij surfers geliefde Tarifa tot aan de grens met Portugal. Ben jij de winter nu al zat? Vier redenen die een kampeerreis naar Spanje rechtvaardigen.

4 tips aan de Costa de la Luz

1

Vejer de la Frontera, het mooiste witte dorp

De Pueblos Blancos (witte dorpen) van Andalusië doen door hun blinkend witgekalkte huizen en kronkelende steegjes denken aan de Moorse tijd in Al-Andalus. Vejer de la Frontera is een van de mooiste Pueblos Blancos. Het ligt op een hoogte niet ver van de stranden van de Costa de la Luz. Het ruikt er naar pijnbomen, in de nauwe straatjes ratelen auto’s over oude kinderkopjes, de deuren van de met veel liefde schoongemaakte huizen staan open en bieden doorkijkjes naar prachtige tuinen en klaterende fonteinen.

In kleine bars en bistro’s worden de eerste glazen wijn al in de middag geschonken. Vanaf de daken van het als monument beschermde stadje reikt het zicht tot ver voorbij de kust en de zee tot aan Noord-Afrika. Na een korte wandeling bergopwaarts vanaf de Plaza de España, het belangrijkste plein, bereiken we het Castillo, een burcht uit de Moorse tijd op het hoogste punt van deze gemeente. Ook een deel van de oude stadsmuur is nog behouden.

2

Cádiz, de oudste stad van West-Europa

De geur van de haven, de zee en tapas trekt door de smalle steegjes van het oude centrum van Cádiz. Aan de Campo del Sur, de straat langs de zee, verheft zich de machtige achttiende-eeuwse Nieuwe Kathedraal met zijn grote koepel en metselwerk van zandsteen dat oplicht in de avondzon. In de wirwar van straatjes in het oude centrum dat op een schiereiland ligt en waar aan drie kanten de golven van de Atlantische Oceaan op stukslaan, kun je makkelijk de weg kwijtraken (en dan maar het beste pauzeren in een van de 1001 bodega’s of cerveceriás).

Vanwege de strategische ligging was Cádiz eeuwenlang het slachtoffer van aanvallen en verwoestingen; het oude centrum is omgeven door muren en burchten. 120 miradores, in de achttiende eeuw gebouwde uitkijktorens, rijzen op uit de zee van witte daken en fraaie paleizen. Er zijn ook bezienswaardige musea en museumcollecties. Wie houdt van de mix van vergane glorie en Moorse flair kan hopeloos verliefd worden op deze havenstad met zijn 125.000 eigenzinnige inwoners.

3

Coto de Doñana, grootste natuurgebied

Miljoenen vogels van zowel het Afrikaanse als het Europese continent zwermen boven het uitgestrekte nationale park Coto de Doñana. Blauwe reigers, weidevogels, ooievaars en tal van andere vliegers rusten hier uit tijdens hun trek tussen Europa en Afrika of nestelen en broeden hier. Naast de vogels vind je hier ook andere diersoorten zoals herten, wilde zwijnen of de bijna uitgestorven Iberische lynx.

Dit meerdere malen door natuurrampen bedreigde gebied omvat 770 vierkante kilometer en is daarmee het grootste beschermde natuurgebied in Spanje. UNESCO heeft het de status van werelderfgoed verleend. Tussen de badplaats Matalascañas en het beroemde bedevaartsoord El Rocío vind je bezoekerscentra, natuurpaden en rondleidingen. Vanuit het in de buurt van Cádiz gelegen plaatsje Sanlúcar kun je een boottocht maken over de rivier de Guadalquivir (grote parkeerplaats pal aan de oever) in het grensgebied van het park.

4

Genieten van tapas en sherry

Langs de kust van Andalusië kun je lekker eten en vooral ook drinken. Jerez de la Frontera, een paar kilometer landinwaarts van Cádiz, is beroemd om zijn bodega’s waar je heerlijk sherry kunt drinken. Bijna overal in Spanje snoept men daarbij van tapas, hartige koude en warme hapjes die vaak al klaarstaan op schoteltjes op de bar – het palet aan lekkernijen loopt van de betere lokale olijven, ham en gehaktballetjes via slakken en ansjovis tot mosselen en zeebanket (dat in grotere porties als raciones wordt geserveerd).

Als je aan een gedekte tafel in een restaurant wilt eten, kun je kiezen uit regionale specialiteiten, zoals een heekschotel met uien en veel knoflook of mosselen met pasta, garnalenpasteitjes van kikkererwtenmeel met veel uien en dan een zoet nagerecht als Poleá (wit brood en melk als basis) met kaneel en honing of Pan de Cádiz, een lekkernij met marsepein en gekonfijte vruchten. Tip: tapas in bodega’s en cerveceriás wordt dag en nacht zonder formaliteiten geserveerd. In restaurants wordt daarentegen pas relatief laat gegeten (’s avonds vanaf ongeveer 21.00 uur) – je wacht daar ook tot de kelner je een tafel wijst.

 

Tekst: MPS, Mara Zwicker