Van zandvlakte naar dennenbos
De Vendée in het noordelijk deel van de Franse Atlantische kust, biedt een prettige mix van strand, natuur en cultuur. En dat geldt ook voor de fietstocht die we vandaag gaan maken. We vertrekken vanuit het gehucht Notre-Damede- Monts dat grenst aan het Forêt des Pays de Monts. Over onverharde paadjes fietsen we door dit bos dat zo’n 175 jaar geleden nog helemaal niet bestond. Hier lag slechts een kale zandvlakte waar de wind vrij spel had. Als gevolg hiervan werd in 1741 de kerk van Notre -Dame-de-Monts tijdens een storm bedolven onder het zand. In 1850 begon men met de aanplant van dennen die het zand moesten vasthouden. Naast het stabiliseren van de verschuivende duinen werden de dennenbossen later ook gebruikt voor brandhout, zaadwinning en harswinning. De hoge dennenbomen, die recht naar de hemel reiken, zijn de koningen van het Pays de Monts-bos. Stevig geworteld in de grond, maar met hun kruinen tot in de wolken. In de 20e eeuw werden de dennenbossen bijna verwoest door de zeer zoute lucht, dennenprocessierupsen en andere natuurlijke uitdagingen. Om het bos veerkrachtiger te maken werden toen ook andere soorten aangeplant zoals esdoorns en steeneiken. Nu vormt het bos een groene oase tussen de kust en het moeras in het binnenland.

Moeraskoeien
Vanuit Forêt des Pays de Monts rijden we het Marais Breton Vendéen binnen, een open landschap van weilanden, moerassen en water. Het is een van de twee grote moerasgebieden in de Vendée. Meest bekend is Marais Poitevin Vendéen dat met 600 kilometer aan waterwegen ook wel Groen Venetië wordt genoemd.
Het Marais Breton Vendéen dankt zijn naam aan de geschiedenis: ooit vormde het de grens tussen Bretagne en de Poitou (de Vendée is de voormalige Bas-Poitou). Nu ligt het voor 90 procent in de Vendée en 10 procent in de Loire-Atlantique.

Nederlandse bijdrage aan de aanleg van polders
Toen het departement Vendée in 1790 werd gecreëerd, werd de term ‘Vendéen’ aan de bestaande naam ‘Marais Breton’ toegevoegd om de streekgebondenheid aan te geven. Het Marais Breton Vendéen is een streek die
door de eeuwen heen door de mens is gevormd. Al in de middeleeuwen legden monniken dijken en kanalen aan om het land tegen overstroming te beschermen. Later, in de 17e en 18e eeuw, droegen Nederlanders, specialisten op het gebied van drooglegging, bij aan de aanleg van polders waardoor nieuwe landbouwgrond op de zee wordt gewonnen. De uitgestrekte natte graslanden herbergen een rijke flora en worden nog steeds gebruikt als natuurlijke weilanden. De moeraskoeien die hier grazen zijn van een lokaal ras dat zich heeft aangepast aan de vochtige grond. Naast landbouw werd in het verleden ook zout gewonnen in het moeras.

Fierljeppen
Uit het leven in het moeras is een unieke cultuur ontstaan. De moerasbewoners woonden ooit in bourrines, traditionele huizen van aarde en riet, hadden een eigen dans (de maraîchinage) en een eigen taal (het maraîchin), die nog steeds in verschillende lokale uitdrukkingen terugkomt. Producten uit het moeras en de keukentradities maken ook deel uit van deze cultuur, zoals zeekraal, de beroemde flan maraîchin (vlaai) en gevogelte uit Challans. En wie denkt dat fierljeppen – met een stok over sloten springen – van oudsher louter wordt gedaan in Friesland heeft het mis, want ook hier wordt dat tot het cultureel erfgoed gerekend. Alleen hier wordt spreekt men over ningle.

Een rijke moerascultuur
Le Daviaud in La Barre de Monts is een openluchtmuseum waar je alles te weten komt over de interessante geschiedenis van het Marais Breton Vendéen. In het museum kun je de tentoonstelling Het moeras en de mensen bekijken.

Buiten wandel je langs zoutpannen, boerderijen en huizen die een inkijkje geven in het leven en het werk van de moerasbewoners van vroeger.

Côte de Lumière
De Vendée herbergt de mooiste stranden van West-Frankrijk. Dankzij het jaarlijkse gemiddelde van 2.300 zonuren draagt de kust hier de naam Côte de Lumière (Lichtkust). Van de achttien badplaatsen is Saint-Jean-de-Monts een van de bekendste, beroemd om zijn acht kilometer lange zandstrand.

Oesters slurpen
Fietsend langs kanaaltjes – met de voor deze streek zo typerende vissershuisjes op palen – bereiken we de Atlantische kust. Van oudsher worden hier al oesters gekweekt en die van de Vendée Atlantique behoren tot de besten die je in Frankrijk kunt eten. De kweektechniek voor deze zilte Franse lekkernij is vrij specifiek omdat de oesters in zee opgekweekt worden en vervolgens uitdijen in bekkens met helder, minder zout water met veel plankton. Je kunt hier dan ook niet langs fietsen zonder bij een kwekerij of restaurant een oester naar binnen te slurpen.

We volgen hier de bordjes van de Vélodyssée, met 1.300 kilometer de langste bewegwijzerde fietsroute van Frankrijk. De route voert je helemaal langs de Franse Atlantische kust, van Bretagne in het noorden naar de Baskische kust in het zuiden.
De Vendée heeft in totaal 250 kilometer aan kustlijn langs de Atlantische Oceaan.
Rennen voor de vloed
Uitkijkend over zee zien we Noirmoutieren-l’Île liggen. Dit eiland is vooral bekend
om zijn mooie stranden met fijn witzand. Het is een geweldige plek om te ontspannen, te zonnebaden, te zwemmen en watersportactiviteiten zoals zeilen, windsurfen en kajakken te beoefenen. Daarnaast vind je er pittoreske stadjes met witte huizen met felrode daken. Op het eiland werd altijd zeezout geoogst en er zijn nog steeds zoutmoerassen waar zout wordt gewonnen op traditionele wijze.
Bezoekers van het eiland Noirmoutier worden vooral ook aangetrokken door de Passage du Gois. Sinds de zeventiende eeuw verbindt deze ruim vier kilometer lange weg het eiland met het vaste land. Bij hoog water komt deze weg echter volledig onder water te staan. Bij eb heb je anderhalf uur de tijd om de oversteek te maken. De weg is ook het decor voor een jaarlijkse hardloopwedstrijd, de Foulées du Gois, waarbij de deelnemers de weg oversteken voordat het vloed wordt. Wanneer het niet mogelijk is het eiland via de Passage du Gois te bereiken, kun je overigens ook ‘gewoon’ de brug nemen. De brug is 583 meter lang en biedt een spectaculair uitzicht op Noirmoutier.

Hoogtepunt
De terugweg naar Notre-Dame-de-Monts voert ons opnieuw Forêt des Pays de Monts in. In de schaduw van het bos is het heerlijk koel, maar de bomen ontnemen tegelijkertijd het uitzicht. Voordat we ons eindpunt bereiken, hebben we nog een keer de mogelijkheid om boven het bladerdak uit te klimmen. We parkeren de fietsen onderaan de uitkijktoren van Pey de la Blet en klimmen via 184 treden naar boven. We kijken uit over het bos, de moerassen en de oceaan.
En ook het eiland Noirmoutier kunnen we in de verte zien liggen. Een mooi hoogtepunt, letterlijk, om deze fietstocht in de Vendée mee af te sluiten.

