ACSI FreeLife

Menu

Kamperen op een droomeiland

Een kust van 1.850 kilometer met turquoise water, bizarre rotsen, knusse baaien en gouden zandstranden. Sardinië is een paradijs voor kampeerders die even het alledaagse willen ontduiken en genieten van het zoete leven.

Auteur
MPS
Datum
ReactiesReageer

Ik ben eraan toe, denk ik en boek een overtocht naar Sardinië. De lyrische beschrijvingen van mijn vriend Renée klinken nog na in mijn oren: van de stranden, van de landschappen en ook van de campings.  En natuurlijk van de duikstekken, want Renée is een gepassioneerd duiker. Misschien dat ik ook nog wel met de duiksport begin, maar nu ik wil vooral mezelf eens twee weken onderdompelen in Sardinië.

Geen hoogbouw langs de kust

Renée tipte me om buiten het hoogseizoen te gaan. Geen strandafval te bekennen en sowieso geen appartementengribus. De enige gebouwen van enig volume die je er vindt zijn de nuraghi, duizenden Sardijnse stenen torens – sarcofagen, gebedshuizen of verdedigingstorens. Sommige staan er al meer dan vierduizend jaar. Wanneer de haven van Olbia zich begint af te tekenen, komt er beweging in de passagiers op de veerboot. Met voorpret en ongeduld dringt alles en iedereen richting de voertuigen. Alsof we zo een hele nieuwe wereld mogen betreden.

De havenstad Olbia, stammend uit de pre-Romeinse tijd, weet me nog twee uur vast te houden voor mijn reis rond het eiland begint. Ik zoek en vind de steeds minder vaak voorkomende, maar voorheen typische smalle straatjes van de oude stad. Dan vul ik bij een supermarkt nog even de koelkast en ben ik op weg.

Kronkelende kustwegen

De kustweg de SS125 kronkelt vrolijk in zuidoostelijke richting naar San Teodoro. Het een na het de andere resort dient zich aan, afgewisseld met enkele campings. Capo Cavallo biedt me een ontsnappingsmogelijkheid die ik met beide handen aangrijp. De volgende dag zak ik af in de richting van Orosei. Ook daar zou een camperplaats te vinden moeten zijn. Van hoofdweg takt een zijstraat af die me bij bar Su Petrosu brengt voor een pauze.

De prachtige kustlijn heeft risicozoekende campercollega’s verleid om autonoom in de voorste rij een plekje te zoeken. Ik schakel naar een lagere versnelling en bezoek in Orosei de oude stad. In de bocht waar de SS125 de 129 ontmoet, vind ik een bar met een dampende latte macchiato, zoet gebak en uitzicht op het passerende verkeer.

Daarna Dorgali, Tortoli, Lido di Orri. Ik kom weer bij op Camping Village Orri , direct aan een paradijslijk strand. Kilometerslang en met keien bezaaid. Een hele dag alleen maar uitademen!

Terrassencamping met zeezicht

Met hernieuwde kracht zet ik koers naar het Supramontegebergte. De mooiste bergweg van het eiland ligt voor me open. Het hoogste punt bevindt zich op 1.017 meter boven de zeespiegel, waar ik door de Passo Genna Silana rijd. Ik neem me voor om ooit een hele tocht te wijden aan het wilde karstmassief van Sardinië. Op een landtong even ten zuiden van Arbatax ligt Porto Frailis. Hier sla ik op een van de terrassen van Camping Telis mijn kamp op.

Morgen staan de rode rotsen van Arbatax op het menu en ga ik per boemeltreintje naar Sadali. Renée heeft me ook verteld van het strand in Marina di Tertenia. De pizzeria Porto Corallo is te vinden in de haven, in de buurt van de Saraceense toren. Ze serveren er een heerlijke vispasta. Vandaag verblijf ik ’s nachts op de camperplaats, vlak naast de rotsen aan het water.

Dan door naar Costa Rei en Capo Ferrato. Op de schilderachtige weg tussen Villasimius en Cagliari zoek ik het uitkijkpunt van Capo Boi op. Hier kijk je neer op de Capo Carbonara, het meest zuidoostelijke punt van het eiland. In Cagliari kom ik op de SS130 een goedkoop tankstation tegen.

Droombeelden van Sardinië

Op zijn gemak gaat de tocht verder naar Iglesias. Daar pak ik de bergweg naar Fluminimaggiore. Na dertig gelukzalige kilometers aan bochtenpracht, sla ik linksaf naar Portixeddu, het zandstrand zonder eind. De brede weg naar het noorden leidt naar de ver uitstekende Capo Pecora. Ik denk aan duiker Renée. Geen idee of dit de juiste plek is om zijn sport te beoefenen, maar ik besluit om onder te duiken.

Het beeld draait naar wit. Mijn dagen en nachten aan de westkust van Sardinïe vloeien samen tot droombeelden. Na een lange time-out bij Capo Caccia, ver naar het noordwesten van het eiland, maak ik langzaam weer contact met de wereld. Over Porto Torres bereik ik Castelsardo. De labyrintische oude stad troont als een adelaarsnest op een rots die uitsteekt boven zee.

Dan naar het noordelijkste puntje van Sardinië, de Capo Testa. De uniek verweerde granieten rotsen hier aan het wateroppervlak hebben de meest bizarre vormen. Het is winderig en helder, in de verte zie ik Corsica. Porto Pollo, Capo d’Orso, Porto Cervo, Porto Rotondo – de cirkel is rond. Tijd om weer boven te komen en in het havenkantoor van Olbia een kaartje te kopen voor de terugreis. Ik heb nog genoeg tijd om Renée een ansichtkaart te sturen. Met op de voorkant de afbeelding van een duiker.

Sardinië compact

Veermaatschappijen: Corsica Sardinia Ferries, Grandi Navi Veloci, Grimaldi Lines, Moby Lines, SNAV, SNCM, Tirrenia
Wie de avond voor de overtocht in Genua aankomt, kan op Pitch Caravan Pons een plekje vinden. GPS: N 44°23’35”, O 09°00’29”. Tel. 0039-103991788.

Middellands zeeklimaat

Klimaat met een milde winters, warme lentes en najaren en een hete zomers. Het best te bezoeken tijdens mei en juni.

Tegen wildkamperen en autonoom staan wordt in Italië streng opgetreden en kan je op een driecijferige boete komen te staan. Waag je het toch, maak dan nooit open vuur! Water kan je bij verschillende bronnen in de bergen bijvullen.

Restauranttip

La Guardiola, Piazza Bastione, 4, 07031 Castelsardo; Lekkere mediterrane gerechten, uitzicht op zee en oude stad.

Tekst: MPS, Matthias Pinn, Daniel Westendeff, foto: MPS, Matthias Pinn

Confidental Infomation