ACSI FreeLife

Menu

Provence: de kunst van het leven

De Vaucluse, een departement in de Provence en het land van savoir-vivre, biedt sportieve uitdagingen en alle gelegenheid tot heerlijk eten en luieren.

Auteur
MPS
Datum
ReactiesReageer

Het pittoreske dorpje Bédoin aan de voet van de zuidflank van de Mont Ventoux ligt te midden van wijngaarden en cipressen.

Mont Ventoux

De Ventoux is met 1912 meter de hoogste berg in de Provence en met zijn kalkkleurige top ook de meest indrukwekkende. Veel mensen kennen de berg van de koningsetappe in de Tour de France. Maar in Bédoin stappen ook in sportief opzicht minder ambitieuze bezoekers op de fiets, bijvoorbeeld om in een rustig tempo de ‘Aux portes du Ventoux’ te rijden.

De licht glooiende, 23 kilometer lange gezinstocht is bij wijze van spreken een voorgerecht voor de vele highlights die het nog grotendeels onontdekte departement Vaucluse rijk is. De eerste daarvan is Avignon, ooit enige tijd de zetel van de paus, waardoor het nu wel eens de Provençaalse pausenstad wordt genoemd.

Uitrusten bij de dorpsfontein

In het kleine Flassan nodigt de onder schaduwrijke bomen gelegen dorpsfontein uit tot een rustpauze. Liefhebbers van mediterrane smaken doen er goed aan een kijkje te nemen bij Hélène Schindelholz.

Ze verkoopt er exclusieve marmelades en confituren die in haar eigen bedrijf Ruchofruit zijn geproduceerd. Hélène is gespecialiseerd in het wekken van méréville, een op pompoen lijkende meloensoort met helder, bijna wit vruchtvlees. Even trots is ze op haar tomatenconfituur die goed smaakt in pasta’s of als aperitief op toast.

Picknicken onder de platanen

Voor we gaan picknicken onder platanen is er nog ruim tijd om wat meer dan een vluchtige blik te werpen op de wijnkelder van Château Pesquié in Mormoiron. In de rondleiding horen we wat er allemaal voor nodig is om al drie generaties lang, jaar voor jaar topwijnen te produceren. Een van de factoren is het gehalte aan mineralen in de grond.

Oker is een mineraal dat in alle kleurschakeringen, van helder en warm geel tot vlammend rood, het gebied rond het plaatsje Roussillon kleur geeft – nu zowel als vroeger. Rond 1920, de bloeitijd van de ontginning van oker, werd er jaarlijks zo’n 35.000 ton van dit gesteente geëxporteerd naar tal van landen in Europa. In die tijd werd het gebruikt voor het pleisteren van huizen, maar ook verwerkt in bakmeel, chocolade en cosmetica; het mineraal is niet schadelijk voor de gezondheid.

De okerlegende

De ontwikkeling van synthetische kleurstoffen in de tijd voor de Tweede Wereldoorlog leidde tot een enorme concurrentieslag die in de jaren vijftig het verval van de okerindustrie in Roussillon inleidde. Een wandeling naar de okergroeve in de buurt van het dorp is een must, evenals een rondleiding door de ‘Mines de Bruoux’ met hun ondergrondse gewelven.

Een veel mooier verklaring voor het ontstaan van oker dan in welk geologisch handboek ook, is de betreffende legende. Ooit, toen de Titanen de macht over het gebied wilden veroveren, vuurden ze een enorm gloeiend projectiel af op de weerbare bewoners van de Provence. Het projectiel kwam neer op de plek van het huidige Roussillon en sindsdien kleurt de aarde er rood.

Op de (elektrische) fiets

De volgende dag vervolgen we onze spannende ontdekkingsreis op de fiets met de route ‘Le Luberon à Vélo’ rond het bergmassief Luberon. De route voert langs vele oeroude dorpjes, allemaal even uitnodigend om er te blijven hangen. Ons doel is om voor de avond in Ménerbes te arriveren. Dit dorpje ligt in de vorm van een schip op een bergrug. In het centrum vind je statige huizen uit de 16e en 17e eeuw. Vanaf de hooggelegen kerk heb je een mooi uitzicht op de vlakte.

In het hoger gelegen deel van het dorp ligt een kasteel. Daar staat ook een herenhuis waar tegenwoordig het ‘Maison de la Truffe et du Vin’ (Huis van truffels en wijn) gehuisvest is. De medewerkers wijden zich hier met veel passie aan regionale producten, en allereerst aan de reeds in de naam van het huis aangeduide Luberon-wijnen en de beroemde zwarte truffels die van november tot maart op een diepte van soms wel een halve meter in het door regen doordrenkte land groeien.

Je hoeft overigens niet je eigen fiets mee te nemen om de bijna onvermijdelijke extra calorieën te lijf te gaan die in Vaucluse om vrijwel elke hoek op de loer liggen. Je kunt op veel plaatsen fietsen huren, waaronder (elektrische) E-bikes waarvoor er ook oplaadpunten zijn.

Tips van de kenner

De Vaucluse biedt allerlei natuurproducten zoals zeep en gedroogde lavendel. De lavendelplant levert ook een grondstof voor parfums en lavendelhoning. Bovenaan het culinaire aanbod van de Vaucluse staat olijfolie – bij voorkeur van de eerste persing – en tapenades, een olijvenpuree met ansjovis en kappertjes. Voor een geschikt kampeerverblijf kijk je natuurlijk op de website van ACSI Eurocampings.

Tekst en foto: MPS, Thomas Cernak