ACSI FreeLife

Menu

5 tips voor het Kinzigtal (deel 2)

Het Kinzigtal in het Zwarte Woud is een oase van rust waar je mooi kunt wandelen. De Zuid-Duitse regio kenmerkt zich door vakwerkhuizen, een bergmeer, donkere naaldbossen, ambachtelijk werk en nog veel meer.

Auteur
Charlotte Kipp
Datum
ReactiesReageer
Kinzigtal

Maar welke plekken zijn zeker een bezoek waard? Vijf tips om door de bomen het bos te zien in het Kinzigtal.

1

De ‘vrije rijksstad’

Als je via Offenburg onderweg bent naar het Kinzigtal, is Gengenbach de moeite van het stoppen waard. Het stadje heeft een bijzonder centrum. In 1230 kreeg Gengenbach stadsrechten. 130 jaar later kwam daar de titel ‘vrije rijksstad’ bovenop. Ridder Schwed – het standbeeld boven de waterput op de markt – heeft een rol in zijn hand waarop de daarmee verbonden privileges staan genoteerd. Dat ging bijvoorbeeld over het voorrecht om zich in voorkomende gevallen alleen voor rechters uit Gengenbach te hoeven verantwoorden.

Het merendeel van de huizen stamt uit de achttiende eeuw. De stad is in 1689 door Franse troepen in de as gelegd. De daarna gebouwde vakwerkhuizen in de Engelgasse (Engelsteeg) staan bekend als de mooiste. Meerdere torens van de stadsvesting zijn behouden, waaronder de Obertor en de Kinzigtor. Het stadhuis met rococo-elementen is in 1784 ontworpen door de architect Victor Kretz in de stijl van het Franse classicisme.

2

Wandelparadijs

Tal van beken en riviertjes zoals de Gutach en de Schutter monden uit in de Kinzig. De meest waterrijke rivier is de Wolf, die ook vaak Wolfach wordt genoemd. Hij ontspringt op circa duizend meter boven de zeespiegel in de buurt van de Alexanderschanze (een pas) bij Kniebis. De rivier stroomt eerst in zuidoostelijke richting en buigt in Bad Rippoldsau af naar het zuidwesten om na 31 kilometer bij Wolfach in de Kinzig te stromen. De moerassen en de watervallen maken het Wolfdal tot een uniek wandelparadijs.

De meest geliefde bestemming is hier het door een naaldbos omgeven Glaswaldmeer. Het meer ligt in een natuurgebied waar je alleen te voet kunt komen. Het meer heeft een oppervlak van ongeveer drie hectare en het diepste punt is elf meter. De waterspiegel is verhoogd door een zandstenen muur die vroeger tot doel had om in het Wolfdal met vlotten te kunnen varen.

De huidige muur is in 1887 aangelegd nadat een overstroming de vorige muur had vernietigd. Het Glaswaldmeer is een van de eerste meren die in kaart zijn gebracht en wel in het jaar 1655. Pastoor en veldmeter Jakob Mentzinger uit Basel kreeg dat jaar de opdracht van de landgraaf om een landkaart van het Kinzigtal te maken.

3

De laatste glasblazerijen

Tot op heden is niet bekend wie de ontdekker is van glas. Is het bij toeval ontdekt door gesmolten sodablokken bij een vuurplaats? We weten wat vroeger de bestanddelen waren van het glas: kwartszand, kalk, soda en potas. Deze grondstoffen verklaren het ontstaan van de glasblazerijen in het Zwarte Woud. Beukenhout voor potas, kwartszand en dennen- en sparrenhout voor het vuur vind je hier in overvloed.

Helaas moesten bijna alle glasblazerijen weer sluiten, behalve de Wolfacher Dorotheenhütte. Daar wordt tot op heden op traditionele wijze loodkristal gemaakt: met de mond geblazen en handmatig veredeld. Uiteraard mag je zelf ook een poging wagen om glas te blazen.

Deel 1

Wil je je nog meer weten over het Kinzigtal? Of ben je er al eens geweest en mis je nog iets? Vergeet dan niet om deel 1 te lezen.

Bron: MPS, Tekst en foto’s: Thomas Cernak

Praat mee

Praat mee: 5 tips voor het Kinzigtal (deel 2)

Naam is verplicht
Een e-mail adres is verplicht

Confidental Infomation