ACSI FreeLife

Menu

In het spoor van de ronde

De Vlaamse Ardennen is bij uitstek het decor van de wielerklassieker de Ronde van Vlaanderen. Maar wat nu als je liever op een gewone fiets het landschap verkent? Redacteur Rosanne nam de proef op de som.

Auteur
Ivo van den Dijssel
Datum
ReactiesReageer

“Wat de Elfstedentocht is voor Hollanders, dat is de Ronde van Vlaanderen voor Vlamingen”, zo vertelt Marnix Van Breusegem, manager van het RoM (RondeMuseum). “Jullie worden ijsgek, wij koersgek. En dan hebben wij het geluk dat de ‘hoogmis van het wielrennen’ ieder jaar door gaat.” Als voorbereiding op onze eigen fietstocht zijn we in het museum in Oudenaarde, de stad waar de Ronde van Vlaanderen finisht.

Het meest uitdagende stuk

We slaat in dit geval op mijn broer Stefan en ik. Aangezien hij in zijn vrije tijd zo nu en dan een stalen ros bestijgt, leek het mij een goed idee hem mee te nemen naar dit wielerwalhalla. Zelf ben ik geen echte wielrenner of wielerfan, maar zeker wel een fietsliefhebber. De vraag die ik de komende dagen wil beantwoorden: is dat genoeg voor een mooie kampeervakantie aan het parcours van de 255 kilometer lange wielerklassieker?

En dan heb ik het over een specifiek deel van het parcours, namelijk het laatste stuk in de Vlaamse Ardennen, grofweg tussen Gent en de Waalse grens. Hoewel niet het langste deel van de koers door de regio voert, is het met het reliëf zeker het meest uitdagende stuk. Marnix: “Hier op de hellingen wordt het kaf van het koren gescheiden. Na zo’n 220 kilometer gaan de wielrenners stuk. En dan komen de hellingen nog. Dat kan lang niet iedereen aan. Dan moet je echt een harde zijn. Een echte Flandrien.”

Een compromis

De volgende ochtend bekijken we de mogelijkheden tijdens het ontbijt. Aan fietsopties geen gebrek. Zo zijn er drie bewegwijzerde Ronde van Vlaanderen routes. De blauwe (78 kilometer) rode (114 kilometer) en de gele (103 kilometer) lus slingeren door het landschap en nemen alle klassieke hellingen inclusief kasseistroken uit het parcours mee. Dat lijkt me iets te veel van het goede.

Dan zijn er nog vier bierroutes die leiden langs biercafés en brouwerijen in de omgeving. Eén daarvan start in Oudenaarde en is 31 kilometer. Dat vinden we dan weer kort voor een hele dag. We kiezen voor een compromis en stellen zelf onze route samen aan de hand van de fietsknooppunten.

Groen in de hoofdrol

Wanneer we dan eindelijk onze stalen ros bestijgen, is de lucht stralend blauw en schijnt de zon als nooit tevoren. Het plan: eerst een vlakke ronde boven Oudenaarde en dan na de lunch richting de beruchte hellingen. We verlaten de stad langs de Schelde naar het noorden en al snel waan ik mij in zuidelijkere oorden. Alleen jammer van die koude tegenwind. We fietsen door kleine plaatsen en komen nauwelijks over grote wegen.

Auto’s komen we bijna nergens tegen. Groen is hier de belangrijkste kleur, en dat terwijl het voorjaar officieel nog moet beginnen. Ik vraag me af hoe het er hier in de lente uitziet. Dat België op sommige plekken een aaneenschakeling van beton is, vergeet je hier direct. De fietspaden zijn goed verzorgd en de knooppuntenbordjes makkelijk te vinden.

Wel is het fijn dat we een kaart bij ons hebben met een overzicht van alle knooppunten voor als we het even niet meer weten. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is in Nederland, kom je deze overzichtskaart onderweg niet tegen.

Nieuwsgierig naar welke plekken Rosanne nog meer bezocht tijdens haar tocht? En of ze de top van de beruchte Koppenberg bereikte? In het ACSI FreeLife magazine 3-2016 lees je een acht pagina’s tellend artikel.

bestel magazine

Foto: Visit Flandres